Verschillen

Verschil tussen NET Graad 1, NET Graad 2 en NEC graad 3

Verschil in graad heeft te maken hoe de tumor door de patholoog is gedifferentieerd. Er wordt o.a. gekeken naar de delingssnelheid, de KI67 (het KI67-eiwit is een proliferatiemerker welke aangeeft hoe snel de tumor groeit), de vasovasieve ingroei en de grootte van de tumor. Zie tabel.

Afhankelijk van het type NET graad 1 of 2 en NEC graad 3 zal worden bepaald welk onderzoek er verder nodig is, welke behandelingen mogelijk zijn en hoe de prognose is.

Verschil tussen goed en slecht gedifferentieerde tumoren

Goed gedifferentieerde kanker is kanker die veel cellen bevat die zich niet meer delen. Dit zijn kankers die langzaam groeien. Hier tegenover staan de slecht gedifferentieerde kankers, die veel cellen bevatten die zich delen. Dit zijn de snel groeiende kankers. Een kanker die tussen goed en slecht gedifferentieerd in zit, noemt men een matig gedifferentieerde kanker.

Verschil tussen functionele NET en niet-functionele NET

De klachten van neuro-endocriene tumoren zijn divers en hangen samen met het type, de plaats, grootte, groeisnelheid, productie van hormonen en eventuele uitzaaiingen van de tumor. Naast de hieronder genoemde hormonen zijn er nog vele andere soorten hormoonproducerende NET die elk hun eigen verschijnselen hebben:

Serotonine

Als door een neuro-endocriene tumor overmatig serotonine wordt geproduceerd, spreken we van een carcinoïd syndroom. Dit syndroom kan voorkomen als een neuro-endocriene tumor in de darmen ontstaat. Als gevolg van een verhoging van serotonine in het bloed, kunnen klachten als opvliegers, diarree, benauwdheid, misselijkheid, duizeligheid of buikpijn voorkomen. Op de lange termijn kan het carcinoïd syndroom ook leiden tot een verslechtering van de pompfunctie van het hart.

Gastrinoom

Wanneer een tumor het hormoon gastrine in grote hoeveelheden produceert, noemen we dit een gastrinoom. Gastrine stimuleert de maag om maagzuur aan te maken. Wanneer gastrine overmatig wordt geproduceerd, kunnen zweren ontstaan in de slokdarm, maag en dunne darm. Symptomen die kunnen voorkomen bij een gastrinoom, zijn onder andere buikpijn, brandend maagzuur, braken, maagbloeding, diarree, en bleke, dunne, zeer onaangenaam ruikende ontlasting. Gastrinomen komen vooral voor in de alvleesklier, maar kunnen ook net buiten de alvleesklier in de twaalfvingerige darm voorkomen.

Insulinoom

Insulinomen produceren het hormoon insuline overmatig. Insuline verlaagt de concentratie glucose in het bloed. Wanneer insuline overmatig wordt aangemaakt, daalt de concentratie van glucose in het bloed dus sterk. Een te lage concentratie glucose in het bloed wordt hypoglykemie genoemd. Dit kan leiden tot zweten met bleekheid, hoofdpijn, trillen, hartkloppingen, angst, zwakte, duizeligheid, honger en verwardheid. Deze symptomen treden met name ’s nachts of in de vroege ochtend op.

Glucagonoom

Het hormoon glucagon wordt overmatig geproduceerd door glucagonomen. Glucagon veroorzaakt een stijging van de concentratie glucose in het bloed. Een te hoge concentratie glucose in het bloed wordt hyperglykemie genoemd. Dit kan uitmonden in diabetes mellitus (suikerziekte) wanneer dit niet onder controle is te krijgen. Bij hyperglykemie kunnen symptomen als dorst, veel en vaak plassen, vermoeidheid, zwakte, gewichtsverlies en wazig zicht voorkomen. Ook komt het voor dat een glucagonoom rode huiduitslag aan de benen, trombose en bloedarmoede veroorzaakt.

Vipoom

Vipomen produceren de hormoonachtige stof vasoactive intestinal polypeptide (VIP). Wanneer deze stof overmatig wordt geproduceerd, kan dit misselijkheid, braken, veel en waterige diarree, spierzwakte en vermoeidheid veroorzaken.


Terug naar Neuro-Endocriene tumoren