Risicofactoren

De exacte oorzaak voor alvleesklierkanker is nog niet duidelijk. Het is een ziekte waarbij veel verschillende factoren zijn betrokken. Alles wat bijdraagt aan het risico om een ziekte zoals kanker te krijgen, noemen we een risicofactor. Maar let wel! Het hebben van risicofactoren hoeft niet te betekenen dat u de ziekte ook daadwerkelijk krijgt.

Er zijn een aantal risicofactoren bekend die een rol kunnen spelen bij het krijgen van alvleesklierkanker:

  • Leeftijd is de belangrijkste risicofactor voor het pancreascarcinoom. Gemiddeld zijn patiënten ouder dan 65 jaar
  • Uit onderzoek blijkt dat deze soort kanker vaker voorkomt bij mensen die roken. Rokers hebben een twee tot drie keer verhoogde kans op het krijgen van alvleesklierkanker vergeleken met niet-rokers. Stoppen met roken is dus altijd belangrijk
  • Een chronische ontsteking van de alvleesklier, bijvoorbeeld als gevolg van overmatig alcoholgebruik, verhoogt tevens het risico om alvleesklierkanker te krijgen
  • Verder zijn er aanwijzingen dat ‘erfelijke aanleg’ bij ongeveer 5% van de gevallen een rol speelt. Ook hier is weinig aan te doen
  • Alcohol is geen directe risicofactor, maar kan wel leiden tot leverproblemen en alvleesklierontsteking (pancreatitis), wat weer kan leiden tot kanker van de alvleesklier

Alvleesklierkanker is overigens, net als alle andere soorten kanker, niet besmettelijk!

Je kunt niet aan alle risicofactoren iets doen. Ook iemand die gezond leeft, sport en gezond eet, kan kanker krijgen. Alvleesklierkanker komt iets vaker voor bij de man dan bij de vrouw, maar er is bij wetenschappelijk onderzoek geen duidelijk verschil tussen man en vrouw gezien bij niet-rokers.

Erfelijke aanleg

Bij het hebben van alvleesklierkanker maken veel mensen zich zorgen: Zit het in de familie? Hebben mijn kinderen een verhoogde kans om ook alvleesklierkanker te krijgen? Bij een klein deel van de mensen is er sprake van erfelijke aanleg. Alle cellen in het lichaam bevatten DNA (zie hoofdstuk Wat is kanker ?), waarop alle informatie ligt om levende organismen te maken. Wanneer cellen delen, wordt dat DNA gekopieerd naar de nieuwe cellen. Daarbij gaat er soms wel iets mis. Dat noemen we mutaties in het DNA. Wanneer er iets misgaat en dit DNA wordt door het herstelmechanisme van de cel niet meer hersteld, dan kunnen er abnormale cellen ontstaan, die blijven groeien, zo ontstaat kanker. U kunt een verhoogde kans dus van een ouder meekrijgen (als de beschadigingen in de voortplantingscellen zitten, maar ze kunnen ook tijdens uw leven leiden tot kanker. Slechts een klein aantal, tussen 5% tot 10% van de patiënten met alvleesklierkanker hebben een familiaire geschiedenis, wat betekent dat ze meer dan 2 directe familieleden hebben met alvleesklierkanker. In dat geval kunt u overleggen met u specialist of er screening van familieleden plaats moet vinden. Sommige van deze gevallen treden op in het kader van bekende genetische ‘syndromen’ (bijvoorbeeld familiaal borstkanker syndroom (BRCA2), familiaal adenomateuze polyposis (FAP), Peutz-Jeghers en hereditair (erfelijk) niet-polyposis colorectaal kanker syndroom (HNPCC)).

Bronnen | allesoverdna.nl | KWF | Understanding Pancreatic Cancer


Terug naar patiënteninformatie