Gewichtsverlies en misselijkheid

Door de behandeling van alvleesklierkanker kunnen er problemen ontstaan met eten, omdat bijwerkingen zoals een slechte eetlust en misselijkheid het eten moeilijk maken. Meestal zijn deze bijwerkingen van tijdelijke aard. Het is belangrijk om altijd goed te blijven drinken. Er is vocht nodig om de afvalstoffen via de nieren af te voeren. Daarom is het goed 1,5 tot 2 liter vocht per dag te gebruiken (2 liter = 10 glazen).

Ongewenst gewichtsverlies

Een probleem dat veel voorkomt bij kanker, is ongewenst gewichtsverlies. Als u afvalt, kan dat betekenen dat de ziekte of de behandeling meer energie vraagt. Of misschien bent u ongemerkt steeds minder gaan eten. Door de alvleeskliertumor zelf, komen er stoffen in het lichaam vrij die invloed hebben op de stofwisseling en eetlust. Uw eetlust wordt minder, terwijl de behoefte aan energie (brandstoffen) juist toeneemt.

Praat met uw arts of verpleegkundige over uw voeding wanneer u in korte tijd bent afgevallen: meer dan drie kilogram binnen een maand, of zes kilogram binnen een half jaar. Overleg ook met hen wanneer u moeite heeft voldoende te drinken of wanneer het u niet meer lukt om genoeg voedingsstoffen binnen te krijgen. Dan kan het zinvol zijn om de gebruikelijke voeding aan te vullen met dieetpreparaten of over te gaan op drinkvoeding. Overleg met uw behandelend arts of diëtist of dat ook in uw situatie een goede keuze is.

Het ziekteproces zelf kan eveneens vermagering veroorzaken. De lichaamsfuncties raken ontregeld, waardoor de gebruikte voeding minder goed wordt benut. Indien de tumor niet meer kan worden behandeld en de ziekte verergert, is achteruitgang van de voedingstoestand nauwelijks te voorkomen. Het is dan ook niet zinvol meer om te blijven wegen.

Specifieke voedingsproblemen

Mensen met alvleesklierkanker kunnen een aantal specifieke problemen met eten hebben. Deze kunnen van persoon tot persoon verschillen en kunnen sterk wisselen in de loop van de tijd. Het is dan ook aan te bevelen uw voeding te bespreken met uw behandelend arts en de diëtist die in het ziekenhuis bij uw behandeling wordt betrokken.

Bronnen | KWF


Terug naar omgaan met voeding