Klachten en symptomen

Een tumor in de alvleesklier is vaak al lang aanwezig voordat iemand daar iets van merkt. Vaak gaat alvleesklierkanker in het begin niet gepaard met klachten en symptomen. Deze worden pas waargenomen als de kanker wat verder gevorderd is. Er zijn wel wat vroege tekenen, maar die zijn vaak vaag en niet meteen te koppelen aan de alvleesklierkanker. Ook variëren de symptomen en klachten doordat de tumor zich op verschillende locaties in de alvleesklier kan bevinden (kop, lichaam of staart). De aard van de klachten is dan ook afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor en van stoornissen in organen die door de tumor zijn aangetast. De klachten ontstaan over het algemeen pas wanneer de tumor is doorgegroeid in een ander orgaan of in de zenuwbanen rondom de alvleesklier.

Een aantal vaak voorkomende (soms vage) klachten en symptomen bij patiënten met alvleesklierkanker zijn:

Teken van Trousseau, waarbij er bloedproppen ontstaan die oppervlakkige vaatjes verstoppen. Alvleesklierkanker metastaseert eerst naar locale lymfeklieren en dan naar de lever of (minder vaak) naar de longen. Ook metastaseert de kanker soms naar de botten of de hersenen.

Een tumor in of rond de kop van de alvleesklier wordt door eerder optredende klachten, vooral geelzucht (zie Geelzucht) , vaak vroeger ontdekt dan een tumor verderop in de alvleesklier. Een tumor in of rond de kop kan namelijk de grote galbuis afsluiten. De grote galbuis loopt door de kop van de alvleesklier. Door afsluiting van de grote galbuis ontstaat ophoping van gal in de galwegen, de galblaas en de lever. Doordat de lever de gal niet kwijt kan, kan u vermoeid en lusteloos raken. Als de gal niet meer in de twaalfvingerige darm kan lopen, raakt de vertering van het voedsel verstoord. Normaal kleurt de gal in de darm de ontlasting bruin. Afsluiting van de grote galbuis of andere galwegen leidt tot dunne, lichtgekleurde of witte ontlasting. Het grootste deel van de galkleurstof dat zich op­ hoopt in de lever, wordt opgenomen in het bloed en komt onder meer terecht in de huid en het oogwit. Hierdoor kunnen een gelige, grauwe huid en gelig oogwit (geelzucht) ontstaan en jeuk over het hele lichaam. Een ander deel van de galkleurstof komt via de nieren, die het bloed filteren, in de urine terecht. Daardoor wordt de urine donkerder van kleur.

Bij aanhoudende klachten is onderzoek door uw huisarts nodig. Als de andere symptomen enkele weken aanhouden is het ook verstandig om uw huisarts te raadplegen.

Bronnen | WF | NKI Lustgarten Foundation


Terug naar klachten en symptomen