De alvleesklier

De alvleesklier (medische term: Pancreas) is een langwerpig orgaan en ligt boven in de buikholte. Bij volwassen mensen is de lengte van de alvleesklier ongeveer 12 tot 15 centimeter en de dikte ongeveer 1 tot 3 centimeter. De alvleesklier ligt vlak voor de wervelkolom. Onder de alvleesklier ligt de dunne darm. Het klierweefsel is zeer fragiel.

De alvleesklier bestaat uit drie delen (zie kader ‘Details van de alvleesklier’):

  • De kop. Deze ligt onder de lever, tegen de twaalfvingerige darm (= het eerste deel van de dunne darm)
  • Het lichaam of middengedeelte. Dit ligt achter de maag
  • De staart. Deze ligt dicht bij de milt

Bij de overgang van de kop naar het lichaam van de alvleesklier lopen enkele grote en belangrijke bloedvaten. Door de alvleesklier loopt verder nog een afvoerkanaaltje. Via de kop van de alvleesklier mondt dat kanaaltje uit in de twaalfvingerige darm. Die plek heet de papil van Vater. De enzymen die de alvleesklier aanmaakt, komen via het afvoerkanaaltje van de alvleesklier en de papil van Vater in de twaalfvingerige darm terecht. Daar helpen ze het voedsel te verteren.

Functie van de alvleesklier

Net als andere klieren, zoals de traanklieren, de speekselklieren en de schildklier, produceert de alvleesklier stoffen die voor ons functioneren belangrijk zijn. De alvleesklier maakt enzymen (‘exocriene’ functie) en een aantal hormonen (‘endocriene’ functie) aan. De hormonen worden direct aan het bloed afgegeven. De hormonen beïnvloeden de stofwisseling, het spijsverteringsproces en de werking van de darmen.

Enzymen (exocriene functie)

De alvleesklier produceert spijsverteringssappen. Deze sappen bevatten enzymen die nodig zijn voor de vertering van eiwitten, suikers en vetten. Door de alvleesklier lopen veel kleine afvoerkanaaltjes die uiteindelijk samenkomen in de grote afvoergang van de alvleesklier. De spijsverteringsenzymen die de alvleesklier produceert, worden door deze kanaaltjes naar de afvoergang van de alvleesklier getransporteerd. Deze afvoergang van de alvleesklier mondt samen met de grote galgang uit in de papil van Vater. Dit is een sluitspiertje aan het uiteinde van de alvleesklierbuis. Deze ligt ter hoogte van de kop van de alvleesklier in de wand van de twaalfvingerige darm. De alvleeskliersappen en galsappen worden daar afgegeven aan de twaalfvingerige darm en zorgen voor een goede vertering van het voedsel. De spijsverteringsenzymen in het alvleesklier sap werken in op de voedselbrij in de dunne darm. Hierdoor komen belangrijke voedingsstoffen vrij. Deze voedingsstoffen kunnen vervolgens via de wand van de dunne darm in ons lichaam worden opgenomen.

Hormonen (endocriene functie)

De alvleesklier maakt hormonen aan. De hormonen beïnvloeden:

  • de stofwisseling
  • de spijsvertering
  • de werking van de darmen
De aanmaak gebeurt in cellen die in kleine groepjes bij elkaar liggen: de eilandjes van Langerhans. De hormonen worden aan het bloed afgegeven op het moment dat dat nodig is. Bijvoorbeeld insuline na de maaltijd. Dit hormoon regelt de hoeveelheid suiker in het bloed. In de alvleesklier zitten kleine klieren die onder andere het hormoon insuline produceren. Deze kliertjes heten de Eilandjes van Langerhans. Naast insuline produceren ze ook glucagon. Glucagon en insuline spelen een belangrijke rol bij de suikerstofwisseling in ons lichaam. De alvleesklier reageert op de hoeveelheid suiker in het bloed. Is het suikergehalte verhoogd, bijvoorbeeld na een maaltijd, dan wordt er meer insuline aangemaakt. Bij een laag suikergehalte gaat de alvleesklier juist minder insuline en meer glucagon produceren. Bij suikerziekte is er sprake van een slechte regulatie van dit suikergehalte. Dit komt doordat er geen of onvoldoende insuline wordt geproduceerd. Hierdoor kan het bloedsuikergehalte sterk verhoogd raken.


Terug naar patiënteninformatie